Vogels tellen in Oman (Blog 2)

By January 24, 2016No Comments
IMG_0654

© Steven de Bie

Langs de kust en op de sebkha 

Zacht gemurmel alsof er achter de tent mensen aan het praten zijn verraadt ’s nachts de aanwezigheid van flamingo’s. Als ik de tent open doe en over het struikje kijkt dat mijn zicht op zee belemmert, blijkt het vlakbij vol met vogels te zitten. Niet alleen flamingo’s. Grote groepen rosse grutto’s, krabplevieren, tureluurs, bonte strandlopers en verschillende soorten plevieren krioelen door elkaar heen in het licht van de opkomende zon. Een kakofonie van geluiden. Witte en blauwe rifreigers stappen parmantig daar tussendoor. Ik weet gewoon niet waar ik kijken moet.

We splitsen ons in twee teams, elk met een eigen deel van het stuk kust dat vandaag geteld moet worden. Het is nu bijna hoog water en we beginnen snel. De eerstvolgende uren tellen en lopen we in een stevig tempo. Snelheid is belangrijk want voor je het weet zakt het water weer en verspreiden de vogels zich, waardoor het tellen een stuk moeilijker wordt.

Bruine kiekendieven en visarenden patrouilleren langs de kust op zoek naar een prooi. Gevolg: regelmatig vliegt alles op en gaat weer zitten. Dan moet het tellen soms overnieuw, en als de vogels ergens anders gaan zitten, is het zaak dubbeltelling te voorkomen. De eerste teldag levert een totaal van zo’n 70.000 vogels op. De talrijkste is de rosse grutto met zo’n 28.000 exemplaren. Van de indrukwekkende krabplevier hebben we er ruim 5.000 op het wad geteld.

De duinenrij wordt zo nu en dan doorsneden door slenken, die bij hoogwater het zeewater de woestijn in doen stromen. Daar waar de slenk de zee instroomt treffen we dichte groepen vogels aan op zogenaamde hoogwatervluchtplaatsen. Vaak zitten de verschillende soorten door elkaar heen.  Soms zit er een verrassing bij zoals een grote kanoet of terekruiter. Wij moeten de slenken regelmatig oversteken om onze sectie van de kuststrook af te maken. Helaas zijn ze vaak diep en lopen we soms einden om voordat we weer verder kunnen tellen langs de kust. Hier en daar ligt een dode schildpad. Die zijn de slenk binnengezwommen met hoogwater en te laat begonnen aan de terugweg naar zee. Ze zijn letterlijk gestrand en een nare dood gestorven.

Ook het uitgestrekte land achter de duinen, de sebkna, herbergt veel vogels die wachten tot de slikvlakten weer droogvallen. Overal zitten kleine groepen vogels. Pas als je gaat tellen blijkt het te gaan om enorme aantallen. Vandaag leverde de telling zo’n 100.000 vogels op.

Een goede plek om meeuwen te tellen en op soort te brengen is het vissersstrand bij Shannah. Grote aantallen meeuwen uit noordelijke gebieden brengen daar de winter door en verschalken elke vis die bij het schonen van de netten buiten het bereik van de vissers valt. Een telling levert ruim 9000 meeuwen op! Verschillende soorten staan en vliegen door elkaar waarbij de donkere Hemprich’s meeuw opvallend is.

IMG_0663

© Steven de Bie

Bij laag water verspreiden de reigers, flamingo’s en steltlopers zich over de uitgestrekte slikvlakten. Om een indruk te krijgen van wat daar te vinden is lopen we de vlakte op. Modderige slikvelden en velden begroeid met zeegras wisselen elkaar af. Overal tekenen van leven: modderhoopjes van zeepieren, door de modder kruipende slakken, zeekomkommers en schelpdieren. Indrukwekkend zijn de 30 cm hoge steekmossels die op grote pijlpunten lijken. Ze staan met de punt naar beneden recht in de bodem; het brede stuk van beide schelphelften steekt enkele centimeters boven de bodem uit. De schelpen staan open, maar zodra ik in de buurt kom, sluiten ze zich snel. Soms zo snel dat er een fonteintje water omhoog spuit. In de poelen zwemmen platvisjes en ook inktvissen die snel voor je wegschieten als je te dichtbij komt. Overal liggen lege schelpen zoals heel grote kokkels. Andere schelpen zijn mooi getekend met lijntjes en vakjes die wat weg hebben van patronen in de Afrikaanse kunst. Ongetwijfeld hebben ze wat met elkaar te maken.

Het wad is betoverend mooi en onaangetast, vol met leven. Zo moet onze Waddenzee er ook ongeveer hebben uitgezien voor de grootschalige visserij op garnalen, kokkels en mossels. De vissers hier gebruiken een staand want dat met motorboten op zee wordt gebracht en uitgezet. Bij afgaand tij wordt het weer opgehaald. Een vorm van passieve visserij die nog niet tot overbevissing leidt. De bodem van dit waddengebied is niet beroerd door mechanische schelpdiervisserij. Daarom zijn hier van die grote, oude schelpen te vinden en is er volop voedsel voor al deze vogels. Lopend over het wad realiseer ik me dat ik me in een heel oud en volwassen ecosysteem bevind en ik voel me bevoorrecht om dit te kunnen ervaren. Het is misschien een kwestie van tijd voordat ook hier de mens greep krijgt op dit unieke ecosysteem. De Omani overheid zal op korte termijn dit gebied voordragen voor opname in het register van belangrijke internationale water- en moerasgebieden onder de Ramsar Conventie. Dat biedt in ieder geval een redelijke mate van bescherming. Hopelijk kan te intensief gebruik van het gebied daarmee voorkomen worden en kunnen de vogels hier in alle rust blijven overwinteren.

Steven de Bie, 23 januari 2016