Eind september vond het Springtij Festival plaats. Zo’n 300 duurzame types bevolkten het schitterende eiland Terschelling, met inleidingen, werkbijeenkomsten, topsprekers, vrijplaatsen en wat al niet. Of zoals iemand die er niet was uit de twitterstroom kon opmaken: “een eiland van hoop in een stormachtige oceaanâ€.
Maar er was niet alleen maar hoop: de sfeer liep uiteen van Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt, zoals Goethe dichtte. Van problematiek en urgentie tot visie en hoop. Van realiteit, techniek, economie en markt tot schitterende vergezichten en nieuwe perspectieven.
De botsing tussen beide uitersten, hoop en vrees, realiteit en perspectief, werd voelbaar in een plenaire bijeenkomst met Hans Alders, voorzitter van Energie Nederland, Dick Benschop, CEO van Shell Nederland, en Gertjan Lankhorst, CEO van GasTerra, hoewel de controverses helaas meer in de lucht bleven hangen dan werden uitgesproken.
Ik ken deze drie als mensen die zich binnen de grenzen van hun rol en belangen die ze vertegenwoordigen sterk inzetten voor vergroening. Maar hun optredens riepen toch vooral gemopper en zelfs boosheid op. Ze zullen zich op momenten dat een protesterend en afwerend geroezemoes de Terschellinger betonningsloods vulde wellicht even in het hol van de leeuw hebben gevoeld, hoewel voor hun komst naar het eiland op zichzelf veel waardering bestond.
Vanwaar dan toch die weerstand tegen hun inleidingen, hun visie, hun analyse? Ik tekende deze verklaring op: “Met alle respect voor hun komst en inzet, wat me boos maakt is dat ze wel de grenzen van hun rol opzoeken, maar niet over die grenzen heen gaan, en uiteindelijk toch in de comfort zone blijvenâ€.
Ik weet niet hoe het bij u zit, maar bij mij wijst boosheid meestal op een gevoel van onmacht, die ontstaat als ik iets zielsgraag wil, en niet zie hoe dat kan worden gerealiseerd, of erger nog: als mijn wens zwaar tegengewerkt word. Op de betere momenten is die boosheid te transformeren naar actie, handelen, perspectief, naar macht in plaats van onmacht. Een emotie, ook boosheid, start meestal met geraaktheid: door verdriet om wat verloren gaat of dreigt te gaan, of door inspiratie, hoop en schoonheid. Maar wat mij betreft vooral door de combinatie van die twee: juist door de nevenstelling van vrees én hoop, van woede én verlangen, van de realiteit zien én perspectief hebben. Die tandem is ijzersterk: én de realiteit van vandaag en de toekomst zien, én visie en hoop en perspectief houden, daar komen de krachtigste initiatieven uit voort.
Droom en nachtmerrie
Een veelgehoord misverstand is dat we het maar niet teveel over de realiteit moeten hebben, over de smeltende Noordpoolijs, het verdwijnen van ecosystemen, de verzuring van de oceaan of noem maar op, want daar zou de mens niet van in actie komen. Ik hoor dan uitspraken als: Marten Luther King zou geen succes hebben gehad als hij zou hebben gezegd “I have a nightmare†in plaats van “I have a dreamâ€.
Dat klinkt aannemelijk, maar is feitelijk en historisch onjuist. De kracht van King’s dream ontstond juist in contrast met de ziekmakende werkelijkheid van toen, waarin het zwarte deel van de bevolking werd gediscrimineerd, kansloos bleef, als minderwaardige wezens werden beschouwd. Iedereen zag en ervoer die realiteit aan den lijve, King benoemt met krachtige woorden die werkelijkheid en de urgentie die eruit spreekt. Pas als hij werkelijkheid heeft benoemd, kantelt zijn speech naar het beroemde “I have a dreamâ€. Juist de spanning tussen de erbarmelijke realiteit van toen en de inspirerende droom zette aan tot actie, tot handelen. De kern was toen, en is nog steeds, dat wie zich laat raken, door de nachtmerrie, door de droom of door de combinatie van beide, in actie komt. En dat wie murw en geharnast is, nooit in actie zal komen. Hij of zij doet dan wat ‘ie altijd deed, en wie blijft doen wat ‘ie altijd deed, zal krijgen wat ‘ie altijd al kreeg.
In deze richting zoek ik de reden voor de onderhuidse boosheid: de Springtij-gangers, zelf onder de indruk van de eerdere nachtmerries en dromen die aan de orde waren gekomen, konden niet uit de speeches van Alders, Benschop en Lankhorst opmaken dat ze zodanig geraakt waren dat ze de zeer verregaande stappen zouden zetten, die in de ogen van de Springtijgers nodig zijn. Zo duid ik zelf in elk geval de sfeer die ontstond, hoewel veel Springtijgers wisten dat in spectrum van houdingen uiteenlopend van donkergroen tot inktzwart, de drie inleiders bepaald niet de kleur van steenkool hadden. Door zijn jarenlange voortrekkersrol op milieugebied wordt Hans Alders binnen VNO zo’n beetje als groene bonte hond beschouwd, die een zienswijze vertegenwoordigt die binnen VNO nog lang geen gemeengoed is. Dick Benschop ijvert internationaal voor hoge CO2-prijzen via verbeteringen van het ETS-systeem, en nationaal voor een kolenbelasting als het internationaal onvoldoende opschiet, samen met Stichting Natuur en Milieu. Gertjan Lankhorst zet zich al lang in voor relatief schoon aardgas als transitiebrandstof die sterk wisselend aanbod van duurzame energie kan helpen opvangen. Misschien allemaal niet zo donkergroen als de gemiddelde Springtijger, maar grijsgroen zeker.
Sceptisch paralleluniversum
Nee, dan de echt zwarte zijde, daar gebeuren zaken die we niet eens weten, maar die wel het totale beeld in Nederland kleuren: de systematische ondermijning van klimaatbeleid en klimaatwetenschap vanuit de VS door een krachtige tandem van marktideologische denktanks en machtige fossiele-industriebelangen. Ik schreef er hetessay Klompen in de Machinerie over. Deze lobby heeft, zonder dat we het door hebben, ook ons land in zijn greep gekregen, wat onder meer leidde tot de motie-Nepperus, een van de malste moties die ooit in ons land bijna Kamerbreed werd aangenomen: een oproep om vrijemarktideologen en fossiele energiebelangen te betrekken bij een wetenschappelijk beoordelingsproces, het IPCC.
Wat we niet weten is dat welbewust een sceptisch paralleluniversum is opgebouwd door een professionele twijfelindustrie in de VS, Canada en Australië, van tientallen vrijemarkt-denktanks en instituten, waaraan enkele tientallen personen verbonden is die zich tooien met titels als senior scientist, senior researcher, research fellow en dergelijke, maar die vrijwel geen eigen onderzoek doen, maar alleen andermans onderzoeken in twijfel trekken. En die een permanente stroom van misinformatie verspreiden via het Non-Governmental International Panel for Climate Change, talloze websites en blogs met gemankeerde informatie, echokamers die eindeloos de desinformatie herkauwen, en verschillende reguliere media, met name de media die in handen waren of zijn van magnaat Rupert Murdoch, zoals the Wall Street Journal en Fox News. Een recente studie liet zien dat 93% van de berichten over klimaat door Fox News niet klopt.
Veel van de berichten van de twijfelindustrie landen in Nederland op blogs en websites, en in de reguliere media zoals Elsevier en Telegraaf, en op gezette tijden ook in andere media, zoals NRC-Handelsblad en De Volkskrant. Een paar maanden geleden nam de Volkskrant bijvoorbeeld zonder enig commentaar of correctie een kletsverhaal uit The Wall Street Journal over op zijn opiniepagina’s. Iedereen die zich ook maar enigszins in de achtergronden van de professionele klimaatscepsis had verdiept had direct doorzien dat het hier om een bijdrage van de twijfelindustrie ging. Dezelfde dag nog nam wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout afstand van het artikel in zijn eigen krant op zijn eigen persoonlijk blog.
Het beeld dat door deze activiteiten blijft hangen is: de wetenschap is nog volop in discussie, ‘t kan vriezen of dooien, we hoeven geen maatregelen te treffen. Dat is precies de bedoeling: twijfel zaaien om beleidsuitstel te oogsten.
In de VS is zeker 50% van de bevolking er niet van overtuigd dat er klimaatverandering optreedt, c.q. wordt veroorzaakt door broeikasgassen ten gevolge van menselijke activiteiten. In Europa ligt het percentage wat lager, maar zo’n 30 à 40% is het wel. Dat is een percentage dat politieke besluitvorming kan verlammen. Vergelijk dat eens met wetenschappers zelf: zo’n dikke 90% is ervan overtuigd dat het klimaat verandert door menselijke oorzaken.
Zien is handelen
Dat is nu iets waar ik boos over kan worden: groeperingen die welbewust zand in de ogen strooien, de werkelijkheid ontkennen, en daar pseudowetenschappelijke prietpraat voor aanleveren ter onderbouwing. Voor de consumenten van de desinformatie ben ik milder. Het is gewoon moeilijk de realiteit, de nachtmerrie, onder ogen te zien. Mondiale klimaatverandering, met alle consequenties zoals de wetenschap voorrekent, roept krachtige emoties op: verdriet, angst, boosheid, gevoelens van onmacht. Wie deze gevoelens durft toe te laten kan actie niet langer uitstellen. Welke actie dan ook, passend bij de eigen rol en persoonlijkheid, maar actie is onontkoombaar voor wie zich laat raken. Krishnamurti zei het zo: “zien is handelenâ€. Wie ziet wat er aan de hand is, handelt ogenblikkelijk. Op klimaatgebied handelen we amper. De conclusie dringt zich op: we willen dus niet zien wat er aan de hand is.
Daar kan ik dan natuurlijk ook wel weer boos op worden, maar als ik dat dan even gedaan heb realiseer ik me dat ik dan in wezen boos ben dat mensen niet voldoende geraakt zijn om in actie te komen. Tja, die boosheid is niet behulpzaam. De primaire vraag is dan of ik, of de Springtijgers, of wie dan ook, iets kunnen doen om degenen die kennelijk niet geraakt zijn toch te raken. Dat lukt nooit met verwijten, of met het wegkuchen van hún werkelijkheid, maar alleen met betrokkenheid, en met de erkenning dat wij allen in allerlei rollen ook Aldersen, Benschoppen of Lankhorsten zijn. Ik in elk geval wel: als ik het licht aandoe, benzine tank of de CV aanzet. Wie zonder stroom en gas leeft werpe de eerste steen.
Uit de sociale psychologie is duidelijk geworden dat extra kennis wel nodig is, maar slechts het hoofd en nooit het hart treft. Nog meer grafieken met exponentiële trends ketsen emotioneel af als druppels water van een eend. Naast kennis is meer nodig. King’s speech kan weer helpen. Wat actiebereidheid kan creëren is ten eerste het beeldend en pakkend communiceren van de realiteit zoals die is, inclusief de beelden van het noordpoolgebied, of andere gevolgen zoals deze zich nu beginnen te ontvouwen. Wie dat doet zal veelvuldig horen dat dit niet moet, en dat we het vooral leuk en gemakkelijk moeten houden, en vooral niet alarmerend of confronterend moeten zijn. Want dat zou niet werken. Weersta die geluiden, en vertel wat verteld moet worden. Wat daarnaast actiebereidheid kan creëren is het verspreiden van de inspiratie, de hoop, de brede actiebereidheid, de power van de jongeren, de schoonheid van onze planeet, de mogelijkheid ecosystemen te restaureren als we maar willen, noem maar op. En als we de combinatie weten te pakken, nachtmerrie én droom, vrees én hoop, dan moet er waarachtig toch wat in beweging te krijgen zijn.
Jan Paul van Soest, Partner De Gemeynt, samenwerkingsverband van duurzame denkers, adviseurs, ontwikkelaars, en entrepreneurs. En Springtijger.