Financieel Dagblad (FD) organiseerde een column-estafette: hoe kan de Nederlandse economie weer uit het slop worden gehaald? Oftewel: de vergeten hoofdstukken in het regeerakkoord, met bijdragen van respectievelijk Hans de Boer, Jaap van Duijn, Willem Vermeend, Jan Paul van Soest (bijdrage hieronder), en Peter Blom, zijn bijdrage is hier te vinden.
Er zijn ongetwijfeld meerdere oorzaken die de economie in het slop brachten. Maar zeker één ervan is dat we de afgelopen jaren geld dat we niet hadden, besteed hebben aan producten en diensten die amper nodig zijn, terwijl de ecologische en maatschappelijke schade naar elders en later werd doorgeschoven. De rekening komt in de vorm van duurder wordende grondstoffen, klimaatschade, een dalende productiviteit van ecosystemen als oceanen en estuaria, gezondheidsschade door vervuiling en nog een hele reeks andere schadeposten. Buig deze ontwikkeling om. De schadekosten en de defensieve en compensatie-uitgaven zijn volkomen improductief en dragen niet bij aan groei. Verhoging van de maximumsnelheid naar 130 kilometer per uur bijvoorbeeld kost extra brandstof, de opbrengsten lekken deels weg naar olieproducerende landen; er vallen extra doden en gewonden en er ontstaat meer luchtvervuiling. De klassieke remedie is: proberende de groei van productie en consumptie, ongeacht de aard ervan, weer op te voeren. Meer en duurdere kerstcadeaus, meer vuurwerk, meer auto’s, die liefst 150 kilometer per uur rijden, een extra vakantie, meer varkensvlees, meer cursussen, copieuzere maaltijden, meer elektriciteitsverbruik, vaker naar de kapper. Dat deze strategie in eigen staart bijt is evident: permanente stijging van het palet aan goederen en diensten is niet mogelijk op een beperkte planeet, laat staan in een klein, vol, druk en zwaarbelast land. Wie het toch probeert krijgt linksom of rechtsom de rekening gepresenteerd. De remedie is ook evident: een langlopend programma voor het herstel van het natuurlijk kapitaal, de versterking van ‘resource efficiency’ en de veerkracht en productiviteit van natuurlijke hulpbronnen die de basis zijn van de economische ontwikkeling. Het gaat dan onder meer om hyperefficiënt grondstoffengebruik, energievormen met minimale koolstofemissies, systemen voor inpassing van een wisselend aanbod van duurzame energie, herstel van de productiviteit van ecosystemen zoals mariene estuaria, terugdringen van vervuiling die natuur- en gezondheidsschade veroorzaakt, klimaatadaptatie, bouwen met de natuur, veerkrachtige en klimaatbestendige steden, noem maar op. Zo kan de Nederland zijn grondstofkosten drukken, defensieve en schadekosten reduceren, natuur- en milieugebruiksruimte vrijspelen voor nieuwe bedrijvigheid en last but not least kennis en expertise opbouwen rond innovatieve technologieën en concepten die overal ter wereld nodig zullen blijken te zijn. Omdat het vooral gaat om collectieve goederen, is een belangrijke rol voor overheden weggelegd. Die kan gestalte krijgen via een groen investeringsprogramma, zoals door Jaap van Duijn bepleit (FD 28 december), en/of via een set van financiële en fiscale prikkels die marktpartijen tot innovatieve en groene investeringen aanzet. Denk aan een koolstofheffing van minimaal € 50 per ton CO2, verbreding en verruiming van de fiscale groenregeling, de regel dat elk verlies aan biodiversiteit volledig wordt gecompenseerd, waardoor de economische en productiewaarde van ecosystemen intact blijft, versneld inzetten van het Waddenfonds om de kwaliteit van de Waddenzee op te krikken zodat ook daar weer nieuwe economische ontwikkelruimte ontstaat en de voorbereiding van een zogeheten stofstatiegeld voor absoluut schaarse grondstoffen. Zo is nog veel meer te bedenken. Bij dergelijke grote slagen is het zonder twijfel mogelijk een forse container met detailregelgeving en microsubsidies met de vuilnisman mee te geven, als het kerndoel in het vizier wordt gehouden: ruimte maken voor een innovatieve en groene economie door een drastische reductie van grondstoffengebruik en milieu- en natuurdruk. Van een tegennatuurlijke economie naar een groene economie die slim van de natuurlijke hulpbronnen gebruikt maakt.
Jan Paul van Soest is partner van De Gemeynt Coöperatie (denktank, adviseurs, idee-ontwikkelaars). Hij nodigt Peter Blom uit de laatste aflevering in deze serie te schrijven.
