Vervreemd geraakt
Zichtbare stappen naar oplossingen op elk van de thema’s zullen wellicht de acceptatie van megastallen vergroten, maar vermoedelijk verstomt die discussie toch niet. Dat heeft te maken met de achterliggende maatschappelijke en emotionele aspecten van het debat. Een sociaal-psycholoog heeft hier wellicht meer inzichten te bieden dan ondergetekende, milieukundige, maar als ik een hypothese zou mogen formuleren zou deze als volgt luiden. De consument is vervreemd geraakt van de productie van het eigen voedsel, dat wordt gezien als afkomstig van ‘de markt’ en ‘de winkel’. Wat zich daarvóór afspeelt ziet de consument niet, en wat meer is: wil hij of zij ook niet zien, zeker als het dierlijke productie betreft. Intensieve veehouderij is goeddeels onzichtbaar voor de stedeling, ook als hij in het landelijk gebied recreëert. De komst van grote stallen confronteert de consument met een ontwikkeling die hij liever niet onder ogen wil zien, omdat hij er uiteindelijk een medeverantwoordelijkheid voor draagt via de dagelijkse keuzes, waarvan hij overigens de consequenties niet wil accepteren. De consument wil zich warmen aan het pastorale beeld van de boer en zijn scharrelvarkens, de koeien in de wei, en een platteland waar het goed toeven is, maar is (behalve wanneer dit collectief wordt afgedwongen) niet bereid de bijbehorende prijs te betalen. De zichtbare megastallen, en meer algemeen duidelijke tekenen van industrialisatie van de landbouw, verstoren de pastorale illusie, en confronteren de consument/burger met de eigen gespletenheid. De gemakkelijke oplossing is dan: in het geweer komen tegen de nieuwe ontwikkelingen, dat ontslaat hem of haar van de eigen verantwoordelijkheid.
Als dit beeld juist is, zijn oplossingen niet uitsluitend te zoeken in de technisch-economische hoek. Werken aan herstel van relaties tussen producent en consument op alle niveaus is de sleutel. Initiatieven in die richting groeien ook, zoals de maatschappelijke stages bij agrariërs, regionale initiatieven waarin consumenten (bijvoorbeeld via restaurants) nauwe contacten onderhouden met boeren in de regio, acties als adopteer een koe, campagnes als ‘een varken kan niet kiezen’, en zo meer. Het lijkt mij van belang dit soort initiatieven te versterken, zodat consumenten en producenten (en beleidsmakers op alle niveaus) weer een gezamenlijke verantwoordelijkheid gaan ervaren voor ontwikkelingen van landbouw, platteland, groene ruimte, landschap, dierenwelzijn, voedselkwaliteit én de prijzen en maatregelen die nodig zijn om alle wensen te realiseren. Dat is natuurlijk wel een kwestie van lange adem.
Een deel van de benodigde oplossingen op de eerdergenoemde thema’s kan ook via beleidsmaatregelen als financiële prikkels, regelgeving, randvoorwaarden enzovoorts worden afgedwongen. Analyses van onder meer het Planbureau voor de Leefomgeving laten zien dat mensen in het algemeen bereid zijn dergelijke maatregelen te accepteren, als dat maar voor allen geldt, en men niet als individuele consument zich hoeft in te spannen terwijl de buren niet meedoen. Verbetering van de relaties tussen agrariër en consument kan het draagvlak voor verdergaande maatregelen nog versterken.
Het debat over de megastallen is een goede aanleiding om de discussie over de onderliggende thema’s en problemen te voeren. En als het daarnaast nog mogelijk is het debat over de megastallen te gebruiken om de benodigde beweging naar verbinding tussen producenten en consumenten en gedeelde verantwoordelijkheid in een hogere versnelling te brengen, dan kan er veel worden gewonnen.