(Deze blogpost is een bewerking en update van Eerste hulp bij Klimaatverwarring, op 13 juli 2011 op blog Natuurlijkewereld verschenen)

KNMI Kenniscentrum voor weer en klimaat
Sinds een jaar of wat is het, in het publieke debat en in de media, een beetje een zooitje als het over klimaat gaat. Berichten over een ongekend snelle stijging van de CO2-uitstoot en over de onmogelijkheid de temperatuurstijging nog beneden de 2 graden Celsius te houden (IEA), worden afgewisseld met artikelen waarin wordt gesteld dat sprake is van afkoeling in plaats van opwarming, of dat de mens geen rol speelt. Wat zijn nu betrouwbare bronnen, wat niet?
Hieronder een aantal van mijn favoriete boeken, sites en andere bronnen, en tevens een aantal verwijzingen naar ‘sceptische’ documentatie, voor wie zich in de ideeën uit die hoek wil verdiepen.
In Nederland publiceerde prof. Pier Vellinga, Wageningen Universiteit, vorig jaar het boek Hoezo Klimaatverandering? Vellinga behandelt een groot aantal ‘sceptische’ argumenten op zakelijke en genuanceerde wijze. Zijn opponenten duwden hem jarenlang in de hoek van het ‘alarmisme’; dat verwijt kan op grond van dit evenwichtige boek lastig worden volgehouden. Vellinga bespreekt wat in de klimaatwetenschap zo goed als zeker is, en waarover meer of minder twijfel bestaat.
Een nuttige oefening is de vergelijking die Vellinga maakt met andere grote milieuthema’s waarbij de wetenschap een wezenlijke rol heeft gespeeld in de probleemanalyse en beleidsvoorbereiding, zoals verzuring en het gat in de ozonlaag. Ook toen werden wetenschappers van overdrijving beticht. Internetfora, maar ook serieuzer te achten media als Volkskrant en HP-De Tijd, gaven bijvoorbeeld  ruimte aan de filosoof Jaffe Vink die zonder merkbare natuurwetenschappelijke kennis flauwekul over zure regen mocht spuien.
De media blijven zich gemakkelijk voor teksten als die van Vink lenen, als het maar controverse oproept. Bijvoorbeeld de Volkskrant, die 11 februari dit jaar zonder enige gêne een vertaling publiceerde van een ‘sceptisch’ artikel in the Wall Street Journal (WSJ). Dat stuk was in VS al door echte wetenschappers  weerlegd voor de inkt van WSJ  zelfs maar droog was. Maar de Volkskrant repte bij plaatsing van het WSJ-stuk noch over die weerlegging , noch over de achtergronden van de auteurs, een groep bekende en notoire strijders tegen de klimaatwetenschap. Opmerkelijk genoeg viel wetenschapsredacteur Martijn van Calmthout  op zijn eigen blog zijn collega-redacteur van de opinieredactie van de Volkskrant af, en noemde het Wall Street Journal stuk “een kletsverhaal”. Iedere opinieredactie zou het boek van Vellinga paraat moeten hebben om zin en onzin van ingezonden stukken over klimaat te helpen onderscheiden.
De boekenkast
Een startboek klimaatwetenschap voor wie niet te benauwd is voor een stevige exacte inleiding, is prof. David Archer’s Global Warming – Understanding the Forecast, waar de hele natuurwetenschappelijke achtergrond van de Global Warming Theorie uiteen wordt gezet. Is dat boek te veel van het goede? Hier zijn Archer’s colleges aan de Universiteit van Chicago te vinden.
Inzichtelijk is ook Archer’s The Global Carbon Cycle, die de koolstofcycli beschrijft, en The Long Thaw, dat vooral ingaat op de paleoklimatologische kennis uit het verre verleden. Paleoklimatologische studies zijn de moeite waard, omdat aan de hand van gebeurtenissen uit het verleden kan worden geprobeerd de zgn klimaatgevoeligheid op empirische basis te schatten. De klimaatgevoeligheid is de temperatuurverandering op aarde bij een verdubbeling van de CO2-concentratie (of meer algemeen: van de verandering van de stralingsbalans). Schattingen van de klimaatgevoeligheid op basis van paleoklimatologie liggen dikwijls aan de hoge kant van de range die het IPCC aanhoudt: 2 – 4,5 graad Celsius per verdubbeling van de CO2-concentratie. In modelberekeningen van de klimaatgevoeligheid gaat het vooral om de zgn. korte-termijn feedbacks: wolken, waterdamp en veranderingen in ijs/water-oppervlak waardoor het albedo (‘weerkaatsing’) van de aarde verandert. De paleo-schattingen nemen – per definitie – ook langere-termijn feedbacks mee, zoals het vrijkomen van extra koolstof bij doorgaande opwarming. Omgekeerd zijn grote geologische klimaatveranderingen zoals de ijstijden niet goed te begrijpen als een lage klimaatgevoeligheid wordt verondersteld.

Dat een geoloog zich met rocks bezighoudt is niet zo verwonderlijk. Maar met rock? Prof. Richard Alley doet het: wetenschap en cabaret op topniveau.
Archer is een helder denker, schrijver en spreker, maar opmerkelijker nog door zijn handen-, hoofd- en voeten-presentaties, is prof. Richard Alley, hoogleraar geologie aan de Penn State University. Hier is zijn website. Bekijk vooral ook een van de verschillende youtube-filmpjes met en over hem, zoals deze key-note speech voor de AGU-conferentie. Een topper is de wijze waarop Alley aan de Republikeinse Afgevaardigde en klimaatverwarde Dana Rohrabacher in een halve minuut de Milankovic-cycli uitlegt. Zegt Alley tegen de duidelijk niet zo snuggere Rohrabacher: “Your brightness is the sun, this [Alley wijst naar zijn hoofd] is the earth†– puur wetenschappelijk cabaret.
Vergelijkbaar maar beduidend eenvoudiger dan Archer’s Global Warming – Understanding the Forecast is het artistiek geïllustreerde Global Climate Change – a Primer, van Orrin Pilkey en zijn zoon Keith Pilkey.
Twee boeken die een heel breed veld bestrijken zijn Storms of my Grandchildren, van misschien wel ’s werelds bekendste klimaatwetenschapper van NASA, James Hansen, en (helaas in 2010 overleden) Stephen Schneider’s – Science as a Contact Sport. Vooral ook de moeite waard omdat ze niet alleen de klimaatwetenschap helder uiteenzetten, maar ook biografisch en anekdotisch hun ervaringen in de wetenschap, met de media en last but not least met beleidsmakers beschrijven.
Als laatste in deze rij Mike Hulme – Why we Disagree about Climate Change, die alle horizonten van het klimaatdebat verkent. Naast de fysische basis (kort) bespreekt Hulme zo ongeveer alle denkbare invalshoeken, van sociale psychologie en communicatie tot culturele antropologie, filosofie en spiritualiteit. Een knap werkstuk.
Intimidatie en inquisitie
Een mengsel van persoonlijk relaas en een beknopte inleiding tot de klimaatwetenschap is de kern van het indrukwekkende Global Warming and Political Intimidation, van prof. Raymond Bradley, een van de drie opstellers van de oorspronkelijke ‘hockeystick’. De wijze waarop klimaatwetenschappers het werken bijna onmogelijk wordt gemaakt door intimidatie, karaktermoord, spindoctoring, en bedreigingen is te triest voor woorden. Bradley ervoer aan den lijve de verwoestende kracht van de tandem vrijemarktideologen en fossiele-industriebelangen die door Oreskes en Conway in Merchants of Doubt is ontrafeld (zie verder).
In dezelfde lijn is het boek van een andere veelgeplaagd wetenschapper, prof. Michael Mann, en destijds hoofdauteur van het hockeystick-artikel naast Bradley. Mann heeft ongeveer alle aanvallen, smaad, laster, aanklachten, hate-mails en ander grofvuil over zich heen heeft gekregen die maar te bedenken zijn. Hij doorstond ze allemaal, werd in nadere onderzoeken volledig vrijgepleit, en lijkt er alleen maar assertiever door geworden. De wijze waarop Mann door de Amerikaanse ontkenningsindustrie is behandeld tart elke beschrijving, hoewel Mann, gelukkig, toch een beschrijving maakt: the Hockey Stick and the Climate Wars. Dit jaar kreeg Mann de Hans Oeschger medaille van de European Geosciences Union voor zijn wetenschappelijke werk.
Mann’s lezing spoort met het relaas van Bradley, en met dat van James Lawrence Powell, gelauwerd geoloog en wetenschapspublicist, die The Inquisition of Climate Science (2011) schreef, met bijbehorende website. De titel zegt het al: de (klimaat)wetenschap wordt, in de VS, aan een complete inquisitie onderworpen, geheel in de geest van wat Chris Mooney in 2005 al zag gebeuren: The Republican War on Science.
Naast deze verslagen van de frontlinies zijn er magazijnen vol met meer gespecialiseerde boeken. Laat ik er één uitlichten die mijn aandacht trok vanwege de controverses over temperatuurmetingen en de daarmee samenhangende ‘data wars’: Paul Edwards – A Vast Machine. Hoezo discussie over wat de ‘echte en juiste data’ zijn, stelt Edwards na een dikke 2 jaar diepgravend onderzoek: metingen, ‘signalen’, betekenen niets zonder algoritmen, modellen en computers. Verplichte kost voor wie diep in de data-discussies wil duiken. Zoals steeds meer gebruikelijk is, is er bij het boek een ondersteunende website.
Skeptical Science
Een assertief  wetenschappelijk geluid komt uit Australië, van John Cook van de onvolprezen website SkepticalScience, die met Haydn Washington Climate Change Denial – Heads in the Sand schreef. Cook en Washington gaan niet alleen op de inhoudelijke argumenten in, maar ook op de achtergronden van de scepsis en de sceptici, die ze systematisch ontkenners (denialists) noemen. Reguliere wetenschap is scepsis, vinden de auteurs, de eretitel scepticus hoort daar thuis, niet bij degenen die juist de wetenschap negeren. Het boek leunt deels op de genoemde website skepticalscience, waar zo ongeveer elk gebruikt en denkbaar argument in de klimaatdiscussie grondig wordt behandeld, soms zelfs op verschillende niveaus (basic, intermediate, advanced). Naast de reeks van argumenten zijn er dagelijkse posts die actualiteiten en capita selecta behandelen. Uit dezelfde koker komt de handzame Scientific Guide to Global Warming Skepticism, vrij als PDF te downloaden van genoemde site, en nu ook in Nederlandse vertaling verschenen.
Een voorloper(tje) van Heads in the Sand  is van onze zuiderbuur Peter Tom Jones – Klimaatcrisis – het failliet van het klimaatscepticisme. Een kort (52 pagina’s), klein (1/3 van een A4tje) en kernachtig werkje, dat zo in de binnenzak meekan.
O, Lord
Skepticalscience kan zich niet in grote waardering van sceptische zijde verheugen. Dat geldt evenzeer voor RealClimate, waar een aantal bekende klimaatwetenschappers als Gavin Schmidt (NASA), Michael Mann (Penn State University), Stefan Rahmstorf (Potsdam Institut) en anderen actuele wetenschap bespreken en duiden.

Pseudo-lord Christopher Monckton, klimaatnonsens in eloquente verpakking
Scott Mandia, hier zijn blog, is wat je noemt ‘klimaathavik’: fel. Mandia is een van de drie oprichters van het Climate Science Rapid Response team, dat vooral de media helpt bij prangende klimaatvragen. Een van de andere grondleggers van dit team is prof. John Abraham, die heel wat uurtjes heeft besteed om de beweringen van de zich Lord noemde, zeer eloquente charlatan Christopher Monckton te demonteren. Wie eens 50 minuten over heeft om te zien hoe een wetenschapper systematisch desinformatie te lijf gaat, Abraham’s presentatie is de moeite waard. Vervolgens nam een hele groep wetenschappers de moeite te reageren op Monckton’s getuigenis voor het Amerikaanse House of Representatives; zijn opvattingen werden compleet gefileerd. His Lordship lijkt sindsdien wat minder aan de weg te timmeren. Zelfs zijn klimaatsceptische vrienden lijken niet meer zo met hem weg te lopen. Alleen in Australië wordt hij dankzij de kolenlobby aldaar nog echt als een Lord behandeld, hoewel hij ook nog fans in Nederland heeft. Hans Labohm schrijft bijvoorbeeld over Monckton: “Monckton laat naar mijn oordeel af en toe steekjes vallen. Maar in grote lijnen heeft hij het m.i. bij het rechte eind.”
Blogosfeer
We blijven nog even in hogere blogosferen. ‘Tamino’ heeft zijn identiteit formeel nog niet onthuld, maar het heeft er alle schijn van dat het gaat om de statisticus Grant Foster, auteur van het bijzonder aardige en snel uit te lezen boekje Noise: Lies, Damned Lies, and Denial of Global Warming (uitg. Lulu, 2010). Tamino geeft eens in de zoveel dagen een statistische analyse van trends en ontwikkelingen: CO2- en methaan-concentraties en –uitstoot, frequenties van tornado’s, zee-ijs, noem maar op. Lezenswaardig en scherp. Bekend is ook Joe Romm’s Climate Progress, maar de toon is me te opgewonden. Nog een paar aardige: Jules’ klimaat, het ironische Eli Rabett, het dagelijkse Zeeburgnieuws, en beslist niet te vergeten: de blogs Klimaatverandering van Bart Verheggen, ECN maar tijdelijk PBL, en het NRC-Klimaatblog onder redactie van Paul Luttikhuis, waarop zich soms lange discussies ontspinnen.
Een belangrijke entree tot klimaatkennis in Nederland is de site Klimaatportaal, waarop de belangrijkste kennisinstituten in Nederland samenwerken, en onder meer de jaarlijkse publicatie Staat van het Klimaat uitgeven. Grondig werk dan ook allemaal, op dat Klimaatportaal, met als niet onverwacht nadeel dat de actualiteit te wensen overlaat. Zo duurde het ongeveer een half jaar voordat er een reactie kwam op Marcel Crok’s boek dat verwarrend genoeg ook De Staat van het Klimaat heet. Maar onder het motto ‘Het duurt een paar maanden, maar dan heb je ook wat’, was de reactie op Crok’s boek op Klimaatportaal wel diepgravend. En kritisch. Nog veel kritischer was wetenschapsjournalist Elmar Veerman, die het boek in een lange beschouwing als ‘een koele blik door een sterk gekleurde bril’ omschreef.
Crok’s boek is de brug tussen de boeken en blogs van laten we zeggen mainstream-klimaatwetenschappers zoals hierboven beschreven, en de sceptici, die hieronder nog aan bod komen. Marcel Crok is een van de weinige sceptici in Nederland die wat mij betreft het epitheton ornans scepticus waardig is. Â Crok is een onafhankelijk wetenschapsjournalist die niet in de hokjes marktideoloog of belangenbehartiger past, en hij heeft zich goed gedodumenteerd. Dat maakt zijn beschouwing interessant: waarom komt hij tot conclusies die zo ver afstaan van de wetenschappelijke mainstream? Een deel van de verklaring kan zijn dat ook Crok uiteindelijk een substantieel deel van zijn bouwwerk fundeert op tal van publicaties uit het sceptisch paralleluniversum, waarvan een deel afkomstig van bronnen die als zeer dubieus moeten worden beschouwd (zie hieronder bij ‘achtergronden scepsis’). Maar hoe dan ook: Crok plaatst een aantal kanttekeningen bij de klimaatwetenschap die ter harte moeten worden genomen, in lijn met wat de Interacademy Council, die het IPCC onder de loep legde, ook heeft aanbevolen.
Achtergronden scepsis
Dan de argumenten en achtergronden van de sceptische en ontkenningbeweging.

Merchants of Doubt, onvermijdelijk leesvoer voor wie de achtergronden van de georganiseerde onkenningsindustrie wil begrijpen
Een buitengewoon belangwekkend boekwerk over hierover  is geschreven door Naomi Oreskes & Erik Conway – Merchants of Doubt, website hier. Oreskes en Conway analyseren de werkwijze van de als wetenschappers vermomde lobbyisten, veelal werkzaam in conservatief-neoliberale denktanks, die betaald door belaagde industrieën (tabak, energiesector, chemie) twijfel zaaien en zo maatregelen jarenlang weten tegen te houden. De achtergrond: een combinatie van vrijemarktideologie en private belangen, geheel in lijn met Hans Achterhuis’meesterlijke analyse De Utopie van de Vrije Markt (Lemniscaat, 2010). De PR-strategieën van het professionele, ideologisch en belangengedreven smaldeel der sceptici worden blootgelegd in James Hoggan – Climate Cover-up.
Instituten die werken conform de analyses van Oreskes & Conway en Hoggan zijn onder meer het Science en Public Policy Institute (SPPI), het Nongovernmental International Panel on Climate Change (NIPCC), het Cato Institute, het Committee for a Constructive Tomorrow (CFACT), en last but not least het Heartland Institute dat dit jaar in het nieuws kwam door een billboardcampagne waarin het instituut degenen die denken dat klimaatverandering is vergeleken met een terrorist als de Unabomber. Zo zijn er nog vele andere denktanks, meestal met een uitdrukkelijke missie: promote free markets. Deze denktanks kunnen zonder aarzeling als ontkenningsindustrie worden betiteld: daar worden bewust wetenschappelijke feiten weggemoffeld, datareeksen gemaltraiteerd en studies gekleurd weergegeven om de goedgelovige burger aan te praten dat klimaatverandering niet bestaat, dat deze als ‘ie toch bestaat niet door de mens komt, en trouwens juist goed is voor de plantjes en de diertjes. De geldstromen achter de ontkenningsindustrie zijn lang niet altijd transparant, maar voor zover ze dat wel zijn blijken ze goeddeels afkomstig van fossiele-energie-belangen, en van vrijemarktideologen die fortuin hebben gemaakt en hun ruime middelen als giften (aftrekbaar voor de belastingen) aan de denktanks doorsluizen. Via SourceWatch, DeSmogBlog en ExxonSecrets is in redelijke mate te achterhalen hoe de belangenkaarten liggen, al kan ik op mijn beurt niet 100% betrouwbaarheid van die zoekhulpen garanderen. Dubbelchecken met andere bronnen is altijd verstandig.
Het is zeker niet zo dat door belangen gefinancierde studies en rapporten altijd één op één bewuste desinformatie zijn. Blijven kijken naar de inhoud is het devies. Maar onmiskenbaar zijn vele marktutopistisch gedreven en/of belangengefinancierde sceptici niet uit op wetenschappelijke waarheidsvinding, maar op beïnvloeding van het publieke en politieke debat, vermomd als wetenschapper.
Bokken en schapen
Hoe uitvoerig en goed gedocumenteerd het werk van Oreskes en Conway ook, het is goed om deze doelbewuste producenten van desinformatie te onderscheiden van de oprechte waarheidszoekende sceptici die er ook zijn. Het is niet terecht alle zich scepticus noemende personen over een kam te scheren – net zo min als het juist of behulpzaam is alle klimaatwetenschappers en –professionals als ‘alarmist’ te betitelen.
In de afdeling scepsis is het  echter lastig de bokken van de schapen te scheiden, omdat de markt overspoeld wordt door malafide materiaal van genoemde conservatieve en neoliberale denktanks en instituten. Daarbij komt dat in de blogosfeer, en in het bijzonder in de klimaatsceptische blogosfeer, de mechanismen voor kwaliteitsborging en waarheidsvinding-als-proces zo goed als absent zijn. Het gebeurt maar zelden dat sceptici andere sceptici corrigeren als ze onzin debiteren. Het is dan ook lastig in de grote spreiding aan sceptische opvattingen, hypotheses, standpunten, motieven, korte stukjes en uitvoerige werkstukken het kaf van het koren te scheiden. De sceptische argumenten en benaderingswijzen zijn eerlijk gezegd nogal een ratjetoe.
Internationaal zijn vader en zoon Roger Pielke sr. en jr. sceptici die de titel scepticus eer aan doen. Van junior is het boek The Honest Broker, waarin hij verschillende rollen en houdingen van wetenschap en wetenschappers ten opzichte van samenleving en politiek analyseert. Van belang voor ieder die in de interface tussen wetenschap en beleid is geïnteresseerd, of er middenin zit. Hier is junior’s blog. Het boek van senior is ook interessant: Roger Pielke sr. – The Climate Fix. Voorproefjes ervan zijn hier te vinden op zijn blog.
Sceptisch paralleluniversum
Een tijdlang heb ik geloofd dat ook Roy Spencer, van de University of Alabama Huntsville (UAH) tot het species waarheidszoekende sceptische scepticus behoorde. Spencer is met collega-scepticus John Christy verantwoordelijk voor de UAH satelliet-temperatuurreeksen. Hij schreef de boeken The Great Global Warming Blunder, en Climate Confusion. Spencer’s  staat  hier.  Spencer weet waar hij het over heeft, registreert dat er sprake is van opwarming, maar bestrijdt dat deze man-made is. Daarnaast beargumenteert Spencer dat de klimaatgevoeligheid laag is. Het is de moeite waard niet alleen Spencer’s redenering te bekijken, maar ook naar zijn achtergrond om beter te snappen hoe hij aan zijn ideeën komt. Dat zou te maken kunnen hebben met de combinatie streng gelovig christelijk (Spencer is creationist) en conservatief neo-liberaal, een in de VS overigens zeer gangbare combinatie. In een interview zei Spencer eens dat hij niet kon geloven dat Onze Lieve Heer de mens de beschikking gaf over fossiele brandstoffen, maar tevens de atmosfeer zo zou hebben gemaakt dat deze het gebruik van die brandstoffen niet zou kunnen opvangen. En in een recent boek over economie, Fundanomics, laat Spencer zien zo mogelijk nog meer in de vrije markt te geloven dan in de schepper zelve. Naar eigen zeggen is zijn rol dan ook: “to protect the interests of the taxpayer and to minimize the role of governmentâ€. Door deze en dergelijke uitspraken, door een paar wetenschappelijk zwakke artikelen (een ervan, in het tijdschrift Remote Sensing, was zo belabberd dat de hoofdredacteur zich dusdanig schaamde dat het stuk door de peer-reviewprocedure van zijn tijdschrift was gekomen dat hij opstapte) en vooral gezien het enorme politieke kabaal dat Spencer op basis van een zwak artikel met onhoudbare conclusies maakte, durft ik Spencer niet meer in de rij echt sceptische sceptici te scharen.

Er bestaat een compleet sceptisch paralleluniversum, met eigen rapporten, studies, experts, instituten, en zelfs een eigen variant van het IPCC, het non-governmental international panel on climate change, dat de bedoeling heeft de IPCC-consensus te ondermijnen.
Nogal wat publicaties aan de extreem-sceptische zijde van de sceptische gemeenschap gaan verder dan alleen de inhoud: ze proberen te duiden waarom de wat de sceptici noemen ‘alarmisten’ denken en handelen zoals zij doen. Ik noem één voorbeeld: Larry Bell – Climate of Corruption. De belangen van de ‘klimaatmafia’ (wetenschap, politiek, milieubeweging, groene energieleveranciers) zijn volgens Bell de drijvende kracht achter het idee dat er een klimaatprobleem zou zijn. Er is een grote groep Amerikanen de gelooft dat er een groot complot is van wetenschappers en linkse politici om Hank and Ingrid het idee van klimaatverandering aan te praten teneinde een communistische wereldregering te kunnen vestigen. Je verzint het niet. Eén van de drijvende krachten achter dit idee is senator James Inhofe, Oklahoma, langjarig kwelgeest van Michael Mann, en auteur van het boek The Greatest Hoax: How the Global Warming Conspiracy Threatens Your Future, dat begin dit jaar verscheen.
In vergelijking met de Oorlog der Wereldbeelden in de VS is het klimaatdebat in Nederland uiterst beschaafd. Maar het is wel duidelijk hoe het hoofdzakelijk in de VS ontwikkelde sceptisch paralleluniversum ook het Nederlandse discours beïnvloedt. In dat discours ontstond zelfs ruimte voor een motie-Neppérus (VVD), breed gesteund trouwens, die het kabinet opriep sceptici bij het IPCC te betrekken. Laten we het er maar op houden dat dit de Nederlandse pendant is van het oproepen van Christopher Monckton als getuige voor een hoorzitting in het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden.
Met onder meer het van oorsprong kritisch landbouwkundige tijdschrift Spil en vooral het dagelijkse blog van Hans Labohm op de Dagelijkse Standaard zijn we inmiddels middenin het Nederlandse sceptische paralleluniversum beland. Labohm weet als geen ander de weg  in de internationale klimaatsceptische netwerken, publicaties, blogs en echokamers (echokamers zijn sites die als doel hebben eindeloos sceptische teksten te herhalen –alen  -alen). Wie wil weten wat in die wereld leeft kan via de Dagelijkse Standaard altijd wel een link vinden.
Notendop
Wie maar beperkt tijd wil investeren om zich een beeld te vormen van de bewijsvoering in de klimaatwetenschap volstaat met de handzame en leesbare Guide to Skepticism, Nederlandse vertaling. Wie er echt eens lekker in wil duiken leze de rapporten van het IPCC, en liefst niet de Summary for policy makers, maar bijvoorbeeld het Synthesis Report, of beter nog de Technical Summaries van elk van de drie IPCC-werkgroepen. De echte liefhebbers kunnen compleet werkgroeprapport in wellicht een lange zomervakantie verteren. Wie de omvang van de IPCC-werken ziet moet het verbazingwekkend vinden dat er zo weinig fouten gevonden zijn in zulke uitvoerige assessments.
De sceptische contramal zou het rapport van het NIPCC moeten zijn, waarvan vorig jaar een  update verscheen, dikke pillen waarvan lezing van de executive summary voor de snelle lezer volstaat voor een beeld van de tegenargumenten. Waarschuwing: lezing ervan kan uw vertrouwen in door de olie-industrie gefinancierde studies ernstig schaden.
Despair, accept, act

Clive Hamilton over omgaan met klimaatverandering: Despair – Accept – Act
En dan, als u uw eigen ideeën hebt gevormd over wat er met het klimaat aan de hand is, en over de rol van de mens? Als uw beeld is dat er niks aan de hand is, of dat alle verandering van natuurlijke oorsprong is, dan bent u een gezegend mens. Het kan ook zijn dat u, zoals ik, ernstig verontrust raakt. De vraag is dan hoe te handelen.
Aan de ene kant ligt cynisme en apathie op de loer: de situatie is hopeloos, er is toch niks meer aan te doen. Aan de andere kant lonkt ongefundeerd optimisme: ach, ze (of we) lossen het allemaal wel op, kop op, niet zo somber. Voor degenen die een middenweg tussen ongefundeerd optimisme en cynisch pessimisme willen bewandelen schreven Judy McAllister, Erik van Praag en ik het boek De Aarde heeft Koorts, dat in de Engelstalige editie Earth Fever tot onze verrassing mei vorig jaar werd bekroond met de Silver Nautilus Book Award in de categorie Environment & Green Values. We reiken de lezer een waaier met inzichten en ideeën aan uit de sociale psychologie en verschillende spirituele tradities, die kunnen helpen om een persoonlijke balans te vinden, en te kunnen handelen in de geest van Vaclav Havel, die in de donkerste dagen in Tsjechoslowakije schreef: “Hoop is een kwaliteit van de ziel, en is niet afhankelijk van wat er in de wereld gebeurtâ€.
De Australische filosoof Clive Hamilton vat het in zijn boek  Requiem for a Species nog bondiger samen: Despair – Accept – Act.
Bronnenoverzicht, boeken
(websites zijn met hyperlinks in de tekst gezet)
Archer, David – Global Warming, Understanding the Forecast (Blackwell Publishing, 2007)
Archer, David – The Global Carbon Cycle (Princeton University Press, 2010)
Archer, David - The Long Thaw, How Humans are Changing the Next 100.000 Years of Earth’s Climate (Princeton University Press, 2009)
Bell, Larry – Climate of Corruption; Politics and Power Behind the Global Warming Hoax (Greenleaf, 2011).
Bradley, Raymond S. – Global Warming and Political Intimidation – How Politicians Cracked Down on Scientists as the Earth Heated Up. University of Massachussets Press, Amherst/Boston, 2011.
Cook, John – Scientific Guide to Global Warming Skepticism, Nederlandse versie  http://www.skepticalscience.com/docs/Guide_Skepticism_Dutch.pdf.
Cook, John & Haydn Washington – Climate Change Denial, Heads in the Sand (EarthScan, 2011).
Crok, Marcel – De Staat van het Klimaat – Een Koele Blik op een Verhit Debat (Paradigma, 2010)
Edwards, Paul – A Vast Machine; Computer Models, Climate Data, and the Politics of Global Warming (MIT, 2010).
Hamilton, Clive – Requiem for a Species; why we Resist the Truth about Climate Change (EarthScan, 2010)
Hansen, James – Storms of my Grandchildren, (Bloomsbury, 2009)
Hoggan, James – Climate Cover-up; the Crusade to Deny Global Warming (Greystone, 2009)
Hulme, Mike – Why we Disagree about Climate Change, (Cambridge Press, 2009)
Jones, Peter Tom – Klimaatcrisis, het failliet van het klimaatscepticisme ( Luster, 2009)
Mann, Michael E. – The Hockey Stick and the Climate Wars (Columbia University Press, 2012)
McAllister, Judy; Erik van Praag & Jan Paul van Soest – Earth Fever; Living Consciously with Climate Change (Cosimo Books, 2010)
Oreskes, Naomi & Erik Conway – Merchants of Doubt; how a Handful of Scientists Obscured the Truth on Issues from Tobacco Smoke to Global Warming (Bloomsbury, 2010).
Pielke jr, Roger – The Honest Broker (Cambridge Press, 2007),
Pielke sr., Roger – The Climate Fix: What Scientists and Politicians Won’t Tell You About Global Warming (Basic Books, 2010).
Pilkey, Orrin en Keith Pilkey – Global Climate Change – a Primer. (Duke University Press, 2011)
Powell, James L. – The Inquisition of Climate Science (Columbia University Press, 2011)
Schneider, Stephen – Science as a Contact Sport (National Geographic, 2009).
Spencer, Roy – The Great Global Warming Blunder; how Mother Nature Fooled the World’s Top Climate Scientists (Encounter Books, 2010)
Spencer, Roy – Climate Confusion; How Global Warming Hysteria Leads to Bad Science, Pandering Politicians and Misguided Policies that Hurt the Poor (Encounter books, 2008).
Vellinga, Pier – Hoezo Klimaatverandering? Feiten, Fabels en Open Vragen (Balans, 2011).