Over Winkelwagens, Vergassers, Vertrouwen en Innovatie

By February 9, 2013November 18th, 2015No Comments

Kleinschalige biomassa-vergasser. Ogenschijnlijk gewoon een apparaat – maar in wezen een symbool voor vertrouwen. 

Op 7 februari werd een kleinschalige biomassavergasser feestelijk in gebruik genomen, op het RGV-terrein Zeumeren, gemeente Barneveld. Er ging een lange voorbereidingstijd aan vooraf, waarin Gelders Particulier Grondbezit GPG, RGV en installatiebedrijf Dutechpro onder zachte regie van de Stichting Creative Biomass samenwerken. Hieronder mijn openingsspeech, over innovatie en vertrouwen.

In het dorp waar ik woon is een supermarkt. Dat is niet bijzonder. Wel bijzonder is dat de winkelwagens geen onderpandmuntje hebben. En dat ze desondanks altijd netjes worden teruggebracht. Niemand zal het in zijn hoofd halen ze zomaar ergens te laten slingeren, of zelfs mee te nemen, wat in de steden zou gebeuren als er geen onderpandmuntstukken zouden worden geheven. De winkelwagentjes staan symbool voor vertrouwen, dat in een kleine gemeenschap nog volop aanwezig is. U denkt dat dit niets met een innovatieve biomassavergasser te maken heeft? Mis. Voor innovatie is vertrouwen een cruciale factor. Dat zeg ik niet, dat zegt professor Bart Nooteboom, en die kan het weten. Hij was hoogleraar innovatiewetenschappen aan de universiteiten van Groningen, Rotterdam en Tilburg, en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Hij is econoom van origine, dus u voelt wel: als een econoom tot de conclusie komt dat vertrouwen van onschatbare waarde is, dan is er iets bijzonders aan de hand. De biomassavergasser die vandaag feestelijk wordt gelanceerd staat model voor innovatie nieuwe stijl, waarbij vruchtbare samenwerking met geheel verschillende partijen doorslaggevend is. Dat geldt voor veel innovaties, denk aan de samenwerking tussen Philips en Douwe Egberts, die samen de Senseo ontwikkelden. Of de koffie eruit ook lekker is laat ik maar in het midden, maar een interessant voorbeeld van een vernieuwend innovatieproces is het wel. Samenwerking als sleutelfactor geldt nog veel meer voor innovaties voor het nut van het algemeen, for the common good, oftewel voor het behoud van onze gemeenschappelijke natuurlijke hulpbronnen, ons natuurlijk kapitaal. Denk aan een stabiel holoceenklimaat, behoud van de productiviteit van ecosystemen zoals oceanen, denk aan aantrekkelijke landschappen, denk aan de ozonlaag die ons tegen UV-straling beschermt, en zo meer. Juist op dat vlak zijn nu innovaties nodig, en niet alleen technische, maar vooral ook maatschappelijke, in de vorm van nieuwe samenwerkingsverbanden. En daarvoor is vertrouwen onmisbaar.

Het neoliberalisme heeft ons veel gebracht

Het vertrouwen is in de afgelopen 10, 20 jaar geërodeerd onder invloed van sterke liberalisering, marktwerking, neoliberaal denken, de terugtredende overheid, de opmars van het individualisme boven de belangen van het collectief. Het neoliberalisme heeft ons echter veel gebracht:

  • De splitsing van railbeheerders en vervoerders, waardoor het nu mogelijk is dat de railbeheerder een goederentrein voorrang geeft boven een personentrein. De economie moet rollen, niet?
  • De aanbesteding van kleine regiospoorlijntjes, waardoor ik nu per rit zo’n 20 minuten langer in de trein kan werken dan voorheen
  • Ondernemende banken met interessante carrièremogelijkheden, en die alle Nederlanders in de gelegenheid stelden aandeelhouder te worden.
  • Een vrije energiemarkt en splitsing van energiebedrijven, waardoor buitenlandse oligopolisten de kleine Nederlandse bedrijven konden kopen en ons land nu op het gebied van fossiele energie een koppositie inneemt.

Maar misschien hebben 20 jaar liberalisering ook wel het inzicht gebracht dat een puur op individu gerichte koers van de samenleving weinig oog heeft voor de gemeenschappelijke belangen. En dat is nu juist zo hard nodig.

Antropoceen

We zijn immers zoals onze Nobelprijswinnaar Paul Crutzen het noemde aangeland in het Antropoceen: overal op aarde is de hand van de mens terug te vinden. In de temperatuur van de aarde, in de vorm van gifstoffen in het vet van dieren op de pool, in het verlies aan soorten, in verandering van landgebruik en nog veel meer.

De term Antropoceen wordt toegeschreven aan de Nederlandse nobelprijswinnaar Paul Crutzen

Topwetenschappers hebben geprobeerd de ‘planetaire grenzen’ vast te stellen: welke grootheden mogen niet worden overschreden op straffe van onomkeerbare processen? Daarbinnen is een veilige milieugebruiksruimte waarin samenleving en economie zich kunnen ontwikkelen. Voor enkele van die parameters is de veilige grens al overschreden, zoals verlies aan biodiversiteit, de stikstofkringloop, en klimaatverandering. Ook als de emissies direct zouden gaan opwarming en zeespiegelstijging nog lang door, door de traagheid van het klimaatsysteem. Maar niets wijst erop dat de BV Wereld de broeikasgassen snel gaat reduceren. Voorlopig koersen we af op een graad je of 4 oC temperatuurstijging deze eeuw, met grote gevolgen voor waterhuishouding, natuur, biodiversiteit, landbouw. De veranderingen in het Antropoceen dwingen innovaties af, gericht op verminderen van de schade (mitigatie) of – inspirerender – op het achterlaten van een positieve voetafdruk. En innovaties gericht op aanpassen aan de nieuwe omstandigheden, op adaptatie. De nieuwe realiteit van de planetaire grenzen nodigt uit tot creatieve oplossingen en samenwerkingsverbanden.

Polarisatie en samenwerking

Het neoliberale model, ieder voor zich en de Bank voor ons allen, is geen goede basis voor het soort innovaties dat we de komende decennia nodig zullen hebben. Daarbij kan er juist géén sprake zijn van een enkel persoon of een enkele onderneming die er met de buit vandoor gaat; de baten moeten juist ten nutte van allen komen. Er kan géén sprake zijn van ‘intellectual property’, maar juist van delen van kennis. Er kan géén sprake zijn van meedogenloze competitie waarbij de inschrijver met de laagste prijs wint, maar het gaat juist om kwaliteit boven volume of prijs. Duurzame innoveren vergt samenwerking tussen ketenpartijen, die gezamenlijk maatschappelijke meerwaarde creëren, waarbij winst voor de samenleving én voor alle ketenpartijen kan ontstaan. Duurzaam innoveren vergt ook samenwerking tussen verschillende stromingen in de samenleving, die juist in de afgelopen jaren meer tegenover elkaar zijn komen te staan.

Godfried Bomans

In The Righteous Mind onderscheidt moraalpsycholoog Jonathan Haidt twee sterk verschillende grondhoudingen of waardenpatronen, die steeds verder van elkaar verwijderd zijn geraakt. In VS staan de democraten en de republikeinen lijnrecht tegenover elkaar. Bestuurlijk is vrijwel niets meer te realiseren: elk heeft hindermacht, niemand heeft doorzettingsmacht. In ons land begon een vergelijkbare polarisatie, maar deze is tot dusverre minder extreem dan in de VS. Bovendien, zie de samenwerking tussen VVD en PvdA in het kabinet Rutte-II, zijn we hier kennelijk nog niet de mechanismen kwijtgeraakt waarmee tegenstellingen te overbruggen zijn. In de ene grondhouding, laten we deze neutraal type A noemen, is er oog voor het gemeenschappelijke, zoals de natuurlijke hulpbronnen, is er oog voor diversiteit en variëteit, en voor de rede. Naar belangrijke kwaliteiten zoals ondernemerschap, efficiency en loyaliteit worden onderschat. In kringen van type A kan eindeloos worden gediscussieerd over de vraag welke onhaalbare oplossing nu eigenlijk de beste is. In de andere grondhouding, type B, ligt de nadruk op het individuele vrijheid en verantwoordelijkheid, en op loyale samenwerking die nodig is om producten en diensten te realiseren. Type B heeft juist weer weinig oog voor wat gemeenschappelijk is. Godfried Bomans, zelf type A, zei het schitterend: “als je praktische activiteiten aan neurotische intellectuelen als ik zou overlaten, zou er geen trein rijden, geen vliegtuig meer opstijgen en geen fles wijn in de schappen liggen, en met name dat laatste zou ik bijzonder betreuren.” Als overwegend type A-persoon herken ik me wel in Bomans’ woorden. Het ene type, schrijft Haidt, is niet beter of van een hoogstaandere moraal dan het andere type; het is alleen een ander moreel smakenpalet. Maar duurzame innovaties hebben beide smaken nodig. Duurzame innovaties vergen samenwerking tussen enerzijds type A neurotische intellectuelen, en anderzijds type B praktische ondernemers. Duurzame innovaties vergen samenwerking tussen enerzijds hoeders van het algemeen belang en de natuurlijke hulpbronnen die begrijpen dat ook ondernemerschap nodig is om verder te komen, en anderzijds ondernemers die snappen dat waardencreatie voor the common good voorop staat en dat een deel van de maatschappelijke baten uiteindelijk ook bij de ondernemer terechtkomt. Duurzame innovaties vergt samenwerking tussen allerlei schakels van een mogelijke ketting, die hun activiteiten onderling zo afstemmen dat het een keten wordt. In geval van de biomassa-vergasser gaat het onder meer om  landgoedeigenaren en andere terreinbeheerders, om entrepreneurs, om technologieleveranciers, om oliemannetjes die het samenwerkingsproces smeren, om gebruikers van de energie. En niet te vergeten om overheden die begrijpen dat ze niet zelf technologische opties moeten kiezen, maar de voorwaarden helpen scheppen waarbij verrassende samenwerkingsverbanden kunnen bloeien.

Vergasser en winkelwagen

Als dat soort combinaties ontstaan, en die kunnen alleen maar ontstaan als partijen elkaar vertrouwen en op die basis ideeën en inzichten delen, dan kunnen er prachtige dingen gebeuren.

Houtvergasser achter een auto, tweede wereldoorlog

Vandaag is de lancering van een ogenschijnlijk simpel apparaat, een houtvergasser. In de Tweede Wereldoorlog stonden ze soms op een karretje achter een auto, waarmee werd rondgereden omdat de benzine schaars was. Het apparaat is wat we zien. Wat we niet zien is de samenwerking en het vertrouwen dat erachter zit. Dat begint er al mee dat de technologie als open source beschikbaar is gesteld: iedereen kan er gebruik van maken, maar wordt wel, in vertrouwen, verzocht de lessen en verbeteringen aan de ontwikkelaars terug te geven. Daardoor kan de vergasser zich verder ontwikkelen. We bouwen er verder nieuwe organisatorische en economische modellen omheen, met alle partners gezamenlijk. De vergasser symboliseert zo nieuwe werkwijzen en samenwerkingsverbanden. Zo blijken de vergasser en het muntloze boodschappenwagentje in mijn dorp toch met elkaar te maken te hebben: beide symboliseren het vertrouwen dat nodig is om verder te komen, verder in het eigen dorp, en verder in het Antropoceen. De officiële naam van de vergasser is een bijzondere: de Gasifier Experimenters Kit, kortweg GEK. In onze Nederlandse oren klinkt dat maar merkwaardig. Maar we houden de naam er maar gewoon in, in de wetenschap dat wat nu GEK is in de toekomst heel normaal is.

Jan Paul van Soest, Zeumeren, 7 februari 2013 De kleinschalige vergasser GEK Gasifier, 20 kW elektrisch vermogen en daarnaast 40 kW warmte, is vooral interessant voor decentrale initiatieven die ter plekke biomassa produceren en elektriciteit en warmte kunnen benutten. In het komende jaar wordt de vergasser, gebouwd op basis van een Amerikaans open-source-concept, verder ontwikkeld. Op termijn wordt ook bio-waterstofproductie mogelijk.

Leave a Reply