Een kleine zondvloed aan wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen jaren laat zien dat de opwarming van de aarde gewoon is doorgegaan, in tegenstelling tot wat veel ‘sceptici’ beweren.
Puzzelstuk 1: natuurkunde, een broeikasgas heet niet voor niks broeikasgas
Puzzelstuk 2: it’s the ocean, stupid!
Het overgrote deel van de energie in het klimaatsysteem zit in de oceanen. Het zal dan niet verrassen dat oceanen ook verreweg het grootste deel van de extra warmte opnemen (zie figuur 1). Zo’n 93,4% van de warmte die jaarlijks extra op aarde blijft ‘hangen’ verdwijnt in de oceanen. De atmosfeer is op enorme afstand de tweede warmtebuffer, met 2,3%. De discussie ‘opwarming gestopt’ gaat alléén over deze 2,3%, de atmosfeer, sowieso gaat de opwarming van de oceanen gewoon door, of sterker nog: deopwarming versnelt zelfs. De wetenschap speurt nog naar details van de warmte-uitwisseling tussen oceanen en atmosfeer, en de opslag en het transport van warmte in de oceanen zelf. De Stille Oceaan heeft een grote invloed op de interne variabiliteit van het klimaat, onder meer via het fenomeen van de El Niño’s/La Niña’s (warmere en koelere oceaanfasen). Enkele recente publicaties (Knutti en Huber in Nature Geoscience en Trenberth et al in Nature Climate Change) wijzen op een belangrijke rol van de Stille Oceaan. Volgens een recente studie in Science van Xianyao Chen en Ka-Kit Tung speelt ook de Atlantische Oceaan een rol van betekenis. Veel andere wetenschappers vinden die analyse (nog?) niet overtuigend. Het laatste woord lijkt hier dan ook nog niet over gezegd. Onderzoeken als deze moeten helpen de hele energie-boekhouding voor de oceanen sluitend te krijgen.
Puzzelstuk 3: Zo bijzonder is een minder dan gemiddelde opwarming nou ook weer niet.
Puzzelstuk 4: De opwarming van de atmosfeer gaat gewoon door
Puzzelstuk 5: Modellen geven verwachtingen, maar kunnen het toeval niet voorspellen
Het onvoorspelbare karakter van vulkaanuitbarstingen, maar vooral van de Niño’s/Niña’s die een grotere invloed hebben dan vulkanen, wijst de weg naar nog weer een puzzelstukje. Het ‘sceptische’ verwijt luidt dat de modellen de verminderde opwarming niet hebben voorzien. Met als conclusie dat de modellen dus niet deugen en dat we het klimaat niet voldoende begrijpen. Die conclusie mist grond. Ook goed begrepen verschijnselen zoals de Niño’s/Niña’s of vulkaanuitbarstingen kunnen namelijk onvoorspelbaar zijn. Niettemin kan daarmee in modellen zinvol worden omgegaan. Net als bij weersverwachtingen voor 5 of 14 dagen tonen klimaatprognoses voor langjarige perioden een zogenoemde ‘pluim’: een bandbreedte van uitkomsten waarbinnen bandbreedte het weer, respectievelijk het wereldklimaat, zich waarschijnlijk zal ontwikkelen. Elk van die lijnen van de ‘pluim’ kan de werkelijkheid worden, maar uiteraard is er uiteindelijk altijd maar één de realiteit. De feitelijke temperatuurontwikkeling in de afgelopen jaren zit aan de lage kant van eerdere modelprojecties, maar valt wel binnen de bandbreedte van de ‘pluim’ (figuur 6). De modelberekeningen ‘zagen’ dus de temperatuurreeks zoals deze zich daadwerkelijk ontwikkelde als een mogelijke reële uitkomst. Deze verhouding realiteit versus modelberekeningen is dus op zich geen reden om de klimaatmodellen te wantrouwen.
Een eerdere studie gaf ook al sterke aanwijzingen in die richting: als aan modelberekeningen het La Niña-El Niño-patroon wordt opgelegd zoals zich dat in de realiteit heeft voorgedaan, verklaart dat in hoge mate de stagnerende temperatuurontwikkeling. Recent kwam een verfijnde statistische analyseeveneens tot de conclusie dat de ‘opwarmingspauze’ met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid een puur natuurlijke oftewel interne variabiliteit is (schommelingen binnen het klimaatsysteem) die een tijdlang opwarmingssignaal kan maskeren.
Puzzelstuk 6: By the Way (& Cowtan): de meetreeksen onderschatten de opwarming
De gehele puzzel: het Einde van de Strijd om de Opwarming
- Natuurkundig gezien kán de opwarming van de aarde niet gestopt zijn met een toenemende concentratie broeikasgassen in de atmosfeer
- Te meten en te berekenen is dat dit ook inderdaad niet het geval is: de energie op aarde (=opwarming) neemt toe, en is vooral de oceanen beland (93,4%) die een veel grotere warmtebuffer zijn dan de atmosfeer (2,3%).
- De gemiddelde temperatuur van de aardatmosfeer varieert van jaar tot jaar en van periode tot periode, onder meer door oceaanstromingen en vulkaanuitbarstingen. Maar onder deze natuurlijke variaties is een duidelijke trend waar te nemen, die ook de afgelopen 15 jaar is doorgezet.
- De opwarming (van de atmosfeer) zoals deze zich heeft voorgedaan past binnen de ‘pluim’ van modelberekeningen in het verleden. Dat modellen de ‘opwarmingspauze’ niet zouden hebben ‘voorspeld’ klopt niet: modellen simuleren ook natuurlijke variaties, maar kunnen uiteraard de timing van toevalsfactoren in opwarming of afkoeling niet voorspellen.
- En tenslotte: doordat het snel opwarmende Arctisch gebied niet of niet goed in de temperatuurreeksen is meegenomen wordt de mondiale opwarming onderschat. Als de Arctische opwarming wel wordt meegerekend blijkt er van een einde aan de mondiale opwarming geen sprake te zijn.
Als alle factoren in beeld zijn gebracht, zo concluderen NASA-onderzoekers in Nature Geoscience, is er helemaal geen sprake van discrepanties tussen modelberekeningen en de temperatuurontwikkeling in de realiteit. De opwarming gaat gewoon door. Jan Paul van Soest is o.a. Partner bij De Gemeynt – duurzame ondernemers en adviseurs, en auteur van het boek De Twijfelbrigade (2014). Met dank aan Jos Hagelaars, Hans Custers, Bob Brand en Bart Verheggen voor constructieve opmerkingen en suggesties.







